ECLI:NL:CRVB:2007:BB4540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin haar WAO-uitkering werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten en beperkingen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Wel stelde de Raad vast dat het UWV pas in hoger beroep een volledige arbeidskundige onderbouwing had geleverd, waardoor de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd.
Daarom vernietigde de Raad de aangevallen uitspraken en de besluiten, maar liet de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van de WAO-uitkering worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.