ECLI:NL:CRVB:2007:BB4383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstandsuitkering wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant had na de verkoop van zijn woning een bedrag van €63.769,26 ontvangen en vroeg later een bijstandsuitkering aan. Het College kende bijstand toe met een verlaging van 20% wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, omdat appellant te snel op zijn vermogen had ingeteerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze maatregel gegrond en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen, waarbij rekening werd gehouden met bepaalde kostenposten en de duur van de maatregel werd beperkt tot 12 maanden. Het College nam vervolgens een nieuw besluit dat deze aanpassingen bevatte.
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, stellende dat hij te laat was geïnformeerd over het verantwoord besteden van zijn vermogen. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank reeds een definitief oordeel had gegeven over de juridische kwalificatie van het interen op het vermogen en de maatregel, waardoor deze grief niet meer aan de orde kon komen.
De Raad bevestigde het besluit van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd afgezien van een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstandsuitkering bevestigd.