ECLI:NL:CRVB:2007:BB3277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging deels herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten
Appellanten ontvingen sinds juni 2000 een bijstandsuitkering. Het College herzag en trok de uitkering deels in over de periode van september 2001 tot juni 2002, omdat appellant werkzaamheden verrichtte bij een bedrijf en daaruit inkomsten ontving zonder dit te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad achtte het bewijs, waaronder urenstaten, verklaringen van functionarissen en documenten van appellant, toereikend om vast te stellen dat appellant daadwerkelijk werkte en inkomsten ontving.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat iemand anders zijn identiteit gebruikte. Ook de overgelegde reserveringsbevestiging en het gestelde verlies van het rijbewijs konden dit niet weerleggen. Door de niet-gemelde inkomsten werd de inlichtingenplicht geschonden en werd onterecht bijstand verstrekt.
Het College was bevoegd tot herziening, intrekking en terugvordering op grond van de WWB. De Raad oordeelde dat het College binnen redelijkheid handelde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de deels herziening en intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens niet gemelde inkomsten.