ECLI:NL:CRVB:2007:BB2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging korting WW-uitkering wegens niet-solliciteren voorafgaand aan werkloosheid
Appellante was werkzaam als postbode en viel wegens ziekte uit. Na een periode van arbeidsongeschiktheid probeerde zij passend werk bij haar werkgever te verkrijgen, maar op 23 augustus 2005 werd haar medegedeeld dat herplaatsing niet mogelijk was en dat haar salaris per 1 september 2005 zou worden stopgezet.
Het UWV kende haar een WW-uitkering toe met een korting van 20% gedurende zestien weken omdat zij voorafgaand aan haar werkloosheid niet had gesolliciteerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dat zij verwijtbaar niet had gesolliciteerd.
De Raad oordeelde dat appellante vanaf 23 augustus 2005 wist of redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zij werkloos zou worden en dat zij vanaf dat moment sollicitatieverplichtingen had. Echter, gezien de korte periode en haar medische beperkingen achtte de Raad sprake van verminderde verwijtbaarheid, waardoor de opgelegde maatregel niet stand kon houden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wegens niet-solliciteren voorafgaand aan werkloosheid wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.