ECLI:NL:CRVB:2007:BB1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijke bijstandsaanvraag zelfstandigen en echtgenoten
Betrokkene 1 diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), welke buiten behandeling werd gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van aanvullende gegevens. Vervolgens dienden betrokkenen gezamenlijk een aanvraag in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), die werd afgewezen vanwege de zelfstandigenstatus van betrokkene 1 en de niet-levensvatbaarheid van diens bedrijf.
De gemeente verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond en stelde dat betrokkene 1 als ondernemer in de zin van het Bbz moest worden aangemerkt, waardoor geen aanspraak op WWB-bijstand bestond. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moest nemen, omdat onvoldoende was beoordeeld of betrokkene 2 recht had op bijstand als alleenstaande.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte betrokkene 2 als zelfstandig bijstandsrechtspersoon heeft beschouwd, terwijl de WWB uitgaat van gezamenlijke bijstand aan echtgenoten die een gezamenlijke huishouding voeren. De Raad bevestigt dat betrokkene 1 als zelfstandige valt onder het Bbz, dat een sluitend systeem biedt voor zelfstandigen en hun echtgenoten, waardoor geen aanspraak op WWB-bijstand bestaat.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Betrokkenen kunnen bij ongewijzigde omstandigheden een nieuwe aanvraag op grond van het Bbz indienen. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de gezamenlijke bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.