ECLI:NL:CRVB:2007:BB0675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzonder geval voor eerdere ingang tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapte zoon
Appellante vroeg op 12 februari 2004 een tegemoetkoming aan voor de onderhoudskosten van haar gehandicapte zoon op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende de tegemoetkoming toe met ingang van het eerste kwartaal van 2003. Appellante maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum, stellende dat zij in 1998 onjuist was voorgelicht door een medewerker van de SVB.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van een bijzonder geval dat een eerdere ingang rechtvaardigt. Appellante stelde in hoger beroep dat haar analfabetisme en het feit dat zij werd begeleid door een medewerkster van Humanitas, alsmede de niet-kennisgeving van gewijzigde regelgeving door de SVB, een bijzonder geval vormden.
De Raad stelde vast dat het begrip bijzonder geval niet van toepassing is in de omstandigheden van appellante. Van haar mocht worden verwacht dat zij hulp inschakelde om haar analfabetisme te compenseren, wat zij ook deed. De gewijzigde regelgeving was bekendgemaakt en er was geen bewijs dat de SVB onjuiste informatie had verstrekt in 1998.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming gaat niet eerder in dan één jaar voor de aanvraagdatum.