ECLI:NL:CRVB:2007:BB0636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante kreeg bijstand toegekend vanaf december 2003. Het College besloot de bijstand over januari tot en met december 2004 te herzien en terug te vorderen wegens niet opgegeven WW-, Ziektewet-uitkeringen en belastingteruggave. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat het College onvoldoende inzicht gaf in de hoogte van de terugvordering.
In hoger beroep staat vast dat appellante de WW- en Ziektewet-uitkeringen niet tijdig heeft opgegeven, maar is in geschil of zij de alleenstaande ouderkorting correct heeft gemeld. De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenplicht niet volledig is nagekomen voor augustus en september 2004, maar wel voor oktober 2004. Hierdoor is het besluit over oktober 2004 onterecht gebaseerd op artikel 54 lid 3 sub a WWB Pro.
De Raad stelt dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen, maar dat het beleid van het College om altijd terug te vorderen niet als beleidsregel is vastgesteld en niet in strijd is met het recht. Wel mist artikel 9 van Pro de verordening verbindende kracht omdat de raad van de gemeente Eindhoven zijn bevoegdheid heeft overschreden.
De terugvordering over januari tot en met september 2004 berust op een deugdelijke grondslag, maar over oktober 2004 niet. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en de besluiten van het College over oktober 2004 en draagt het College op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over oktober 2004 en draagt het College op een nieuw besluit te nemen, terwijl de terugvordering over januari tot en met september 2004 in stand blijft.