ECLI:NL:CRVB:2007:BB0630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Roermond trok de bijstand in per 1 juni 2005 vanwege het niet melden van vermogen, waaronder een appartement in Turkije en een banktegoed. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat appellanten inderdaad de inlichtingenplicht hebben geschonden en over vermogen beschikten boven de vermogensgrens. Echter, vaste rechtspraak leert dat indien het recht op bijstand ondanks schending kan worden vastgesteld, het College dit recht moet vaststellen. Dit was niet gebeurd, waardoor het besluit van het College niet deugdelijk gemotiveerd was.
Daarnaast overschreed de gemeenteraad met de vaststelling van de verordening haar verordenende bevoegdheid, waardoor deze geen verbindende kracht heeft. De Raad beschouwt de verordening als beleidsregels van het College, die binnen redelijke grenzen zijn gesteld.
De Raad vernietigt het besluit van 26 september 2005 en verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het beroep van appellanten wordt gegrond verklaard.