Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7752

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/2187 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 25 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht niet-ontvankelijkheid beroep in sociaal zekerheidszaak

Appellante stelde beroep in tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het beroep tijdig was ingesteld, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.

De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante in hoger beroep, begroot op €322, en bepaalde dat het College het betaalde griffierecht van €105 aan appellante dient te vergoeden.

De uitspraak benadrukt dat fouten van de rechtbank die leiden tot vernietiging van uitspraken voor rekening van het bestuursorgaan komen. De Raad vertrouwt erop dat de rechtbank het beroep voortvarend zal behandelen.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank, met veroordeling van het College in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

06/2187 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2006, 06/163 en 06/400 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 6 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. drs. R.F. Bakker, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2007. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. Bakker. Het College heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank - voor zover hier van belang - het beroep van appellante tegen het op 25 november 2005 verzonden besluit van het College van 24 november 2005 niet-ontvankelijk verklaard wegens, niet verschoonbare, overschrijding van de beroepstermijn.
De Raad stelt, gelet op de brief van de griffier van de rechtbank van 10 maart 2006, vast dat namens appellante bij faxbericht van 4 januari 2006 tijdig beroep is ingesteld tegen het besluit van 24 november 2005. Tussen partijen is dit ook niet in geschil.
Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd. De Raad zal de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Hij vertrouwt erop dat de rechtbank het beroep met voortvarendheid zal behandelen.
Overeenkomstig zijn vaste rechtspraak zal de Raad het College - moeten - veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep, nu fouten van de rechtbank die leiden tot (gehele of gedeeltelijke) vernietiging van de aangevallen uitspraak voor rekening en risico van het betrokken bestuursorgaan komen. De Raad begroot de kosten op € 322,-- voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand. De Raad is voorts ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Beroepswet gehouden te bepalen dat de gemeente Amsterdam aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht dient te vergoeden
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
Wijst de zaak terug naar de rechtbank;
Veroordeelt het College in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 322,--, te betalen door de gemeente Amsterdam aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat de gemeente Amsterdam aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 105,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.
PR/290507