ECLI:NL:CRVB:2007:BA7196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheid van medisch-specialistische pijnbestrijding bij chronische pijn
Appellante lijdt sinds 1999 aan chronische pijn in het bewegingsapparaat en werd in 2002 geïndiceerd voor specialistische pijnbestrijding. Vanwege lange wachttijden in Nederland zocht zij in 2003 behandeling bij een neuroloog in België, waarbij injecties met NSAID’s en analgetica werden toegepast. CZ weigerde de kosten te vergoeden omdat zij deze behandeling niet als gebruikelijk beschouwde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of de behandeling gebruikelijk is in de kring der beroepsgenoten, zoals vereist op grond van artikel 8 Zfw Pro en het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering.
De Raad stelde vast dat injecties in Nederlandse pijnbestrijdingscentra ook worden toegepast en erkende dat de gebruikte infiltratietechnieken gebruikelijk zijn voor het verlichten van acute klachten of eenmalig doorbreken van chronische pijn. CZ stelde dat de behandeling niet gebruikelijk is als onderhoudsbehandeling bij chronische pijn, maar de Raad vond dit onvoldoende gemotiveerd en oordeelde dat de omvang van de zorgvraag niet bepalend is voor de gebruikelijkheid.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellante gegrond. CZ werd veroordeeld in de proceskosten en moest een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van CZ tot weigering van vergoeding wordt vernietigd.