ECLI:NL:CRVB:2007:BA6880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdragen rechtshulp en griffierecht bij afkoop levensverzekering
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Groningen om bijzondere bijstand voor de kosten van eigen bijdragen rechtshulp en griffierecht ter hoogte van €159. Dit verzoek werd door het College afgewezen omdat appellant redelijkerwijs kon beschikken over de afkoopwaarde van een door hem afgesloten koopsompolis, die de vermogensgrens van de Algemene bijstandswet overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit laatste en stelde dat het onredelijk was van hem te verlangen zijn levensverzekering af te kopen vanwege de grote wanverhouding tussen het gevorderde bedrag en het nadeel van afkoop.
De Raad oordeelde dat de polis als vermogen geldt waarover appellant redelijkerwijs kan beschikken, aangezien deze afkoopbaar is. De omstandigheden die appellant aanvoerde om afkoop te vermijden, zijn niet relevant voor de beoordeling van het beschikken over de polis. Het uitgangspunt van de WWB is dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor zijn bestaan. De Raad bevestigde dat appellant steeds in staat was de maandelijkse premie te betalen en griffierechten te voldoen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt dat appellant geen bijzondere bijstand krijgt omdat hij redelijkerwijs kan beschikken over de afkoopwaarde van zijn levensverzekering.