ECLI:NL:CRVB:2007:BA6862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor noodzakelijke tandheelkundige behandeling
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor een noodzakelijke tandheelkundige behandeling, ondersteund door verklaringen van haar tandarts dat uitstel medisch onverantwoord zou zijn. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af, stellende dat de Ziekenfondswet en de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering een passende en toereikende voorliggende voorziening vormen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de WWB bijzondere bijstand niet toekomt wanneer een voorliggende voorziening adequaat is. Artikel 16, eerste lid, van de WWB maakt een uitzondering mogelijk bij zeer dringende redenen, maar de Raad oordeelt dat de medische verklaringen onvoldoende bewijs leveren van een acute noodsituatie.
De Raad ziet geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en wijst het verzoek van appellante af. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.