ECLI:NL:CRVB:2007:BA6653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na werkweigering
Appellant was sinds 1987 werkzaam als bagagist en diende tijdens het winterseizoen ook werkzaamheden voor andere afdelingen te verrichten. Op 8 en 9 februari 2005 weigerde hij schoonmaak- en opruimwerkzaamheden uit te voeren, waarna de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter werd ontbonden wegens verwijtbaar handelen van appellant.
Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de werkzaamheden redelijkerwijs tot zijn takenpakket behoorden en hij zich bewust moest zijn van de gevolgen van zijn werkweigering.
In hoger beroep voerde appellant medische bezwaren aan en stelde dat hij het gesprek met de werkgever wilde aangaan, maar eerst juridische bijstand wilde. De Raad oordeelde echter dat appellant terecht werd geacht verwijtbaar werkloos te zijn, omdat hij zonder overleg en zonder directe medische onderbouwing de werkzaamheden weigerde.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet kon werken en dat hij niet direct zijn bezwaren had geuit. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na werkweigering.