ECLI:NL:CRVB:2007:BA5171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onvoldoende onderzoek
Appellant ontving bijstand op grond van de Abw en later de WWB en woonde in caravans op een terrein. Na melding van een hennepkwekerij werd onderzoek ingesteld naar zijn woonsituatie en inkomsten. Het College schortte de bijstand op en trok deze later in wegens vermeende onjuiste inlichtingen en niet-gemelde inkomsten.
De Raad oordeelt dat de opschorting terecht was vanwege gegrond vermoeden van onrechtmatige bijstand. De intrekking over de periode 16 juni 1997 tot 1 maart 2004 en vanaf 9 augustus 2004 wordt echter vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering. De periode 1 maart 2004 tot 9 augustus 2004 blijft gehandhaafd.
De terugvordering wordt eveneens vernietigd omdat deze gebaseerd is op de onrechtmatige intrekking. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en appellant krijgt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden vernietigd behalve voor de periode 1 maart 2004 tot 9 augustus 2004; het College moet een nieuw besluit nemen.