ECLI:NL:CRVB:2007:BA4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten zonder terugwerkende kracht
Appellant heeft op 29 januari 2003 een tandartsbehandeling ondergaan met een nota van €432,10, waarvan een deel door de ziektekostenverzekeraar werd vergoed. De appellant betaalde de volledige nota op 26 juni 2003 en vroeg op 5 november 2003 bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van €170,75. Het College wees deze aanvraag op 8 januari 2004 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 1 juni 2004, omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend en het gemeentelijk beleid terugwerkende kracht beperkt tot kosten onder €100.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het College het beleid consistent had toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende bijstand rechtvaardigen. Volgens de WWB geldt dat bijstand alleen wordt verleend op schriftelijke aanvraag en niet met terugwerkende kracht, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat de aanvraag niet onmiddellijk na het ontstaan van de kosten was ingediend en het beleid van het College niet buitenwettelijk was toegepast.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor tandartskosten werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet tijdig indienen van de aanvraag.