ECLI:NL:CRVB:2007:BA3841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering en weigering langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen verlaagde de uitkering met 10% gedurende één maand omdat appellant onvoldoende had getracht arbeid te verkrijgen, zoals vereist in artikel 9 WWB Pro. Deze maatregel werd door de rechtbank bevestigd en appellant stelde hoger beroep in.
Daarnaast vroeg appellant een langdurigheidstoeslag aan op basis van artikel 36 WWB Pro, welke het College afwees wegens het niet voldoen aan de voorwaarde dat appellant voldoende had getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. Ook deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd en stond ter discussie in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de verlaging van de bijstand terecht was opgelegd, mede omdat appellant in de periode voorafgaand aan de maatregel geen sollicitaties had verricht ondanks dat hij volgens een GGD-rapport daartoe in staat was. De Raad vond dat het College de maatregel proportioneel had vastgesteld en dat de rechtszekerheid niet was geschonden.
Ten aanzien van de langdurigheidstoeslag stelde de Raad vast dat het College het beleid hanteert dat een verlaging van de uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen in de afgelopen vijf jaar uitsluit van deze toeslag. Dit beleid was niet in strijd met de wet of redelijkheid. De afwijzing van de aanvraag werd daarom gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering en wijst de aanvraag langdurigheidstoeslag af.