ECLI:NL:CRVB:2007:BA2781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij weigering vergoeding zittend ziekenvervoer
Betrokkene, met ernstige chronische aandoeningen en diabetes, kan vanwege zijn medische situatie niet zelf rijden of gebruik maken van openbaar vervoer en is aangewezen op taxi voor medische behandelingen. De zorgverzekeraar (appellante) weigerde vergoeding op grond van een strikt beleid dat de hardheidsclausule beperkt toepast.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat het beleid van appellante de hardheidsclausule te beperkt interpreteert en onvoldoende ruimte laat voor individuele omstandigheden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij discretionaire bevoegdheid heeft en dat haar beleid volledig is.
De Raad oordeelt dat artikel 3 van Pro de Regeling geen discretionaire bevoegdheid aan de zorgverzekeraar verleent en dat de hardheidsclausule zonder belangenafweging recht geeft op vergoeding als aan de voorwaarden is voldaan. De Raad stelt dat alle individuele omstandigheden moeten worden meegewogen, waaronder ziektelast, frequentie, afstand, mantelzorgmogelijkheden en financiële draagkracht.
Gezien de langdurige noodzaak, hoge frequentie van vervoer, het ontbreken van alternatieven en de financiële situatie van betrokkene, acht de Raad toepassing van de hardheidsclausule hier terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante moet het bezwaar opnieuw behandelen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de zorgverzekeraar wordt afgewezen en de vergoeding voor zittend ziekenvervoer moet worden toegekend.