ECLI:NL:CRVB:2007:BA1938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en verrekening Ziektewet-voorschotten ondanks bezwaar appellant
Appellant, voormalig werknemer die op staande voet was ontslagen, ontving voorschotten op een Ziektewet-uitkering van het UWV. Na nietigverklaring van het ontslag door de rechtbank en het bekrachtigen daarvan door het gerechtshof, vorderde het UWV de onverschuldigd betaalde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat het UWV eerst een nieuw terugvorderingsbesluit moest nemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 23 november 2000, ondanks het bezwaar en de tijdelijke opschorting, rechtskracht behield en dat de brief van 19 augustus 2002 als een besluit met rechtsgevolg moest worden aangemerkt. Omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen deze brief, was het besluit onaantastbaar geworden.
Appellant voerde tevens aan dat het besluit van 27 november 2003 onredelijk laat was genomen, maar de Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de terugvordering en verrekening van het bedrag werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de terugvordering en verrekening van Ziektewet-voorschotten is ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.