ECLI:NL:CRVB:2007:BA1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Appellante ontving vanaf 2 februari 2002 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit dossieronderzoek, huisbezoek, verklaringen van getuigen en het extreem lage waterverbruik bleek dat appellante niet hoofdzakelijk verbleef op het opgegeven adres.
Het Dagelijks Bestuur beëindigde de bijstand met ingang van 1 juni 2004 en trok de bijstand over de periode van 2 februari 2002 tot 1 juni 2004 in, met terugvordering van de kosten. Na bezwaar werd de periode van intrekking en terugvordering aangepast tot 13 maart 2003 tot 1 juni 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat het Dagelijks Bestuur terecht de bijstand introk en terugvorderde. Medische omstandigheden gaven geen aanleiding tot afwijking van het terugvorderingsbeleid. De blokkering van de uitkering per 1 juni 2004 werd niet verder besproken omdat de intrekking standhield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.