ECLI:NL:CRVB:2007:BA1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant voerde hoger beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht om de bijstandsuitkering van Van den E. in te trekken en de kosten van bijstand mede van appellant terug te vorderen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De Raad oordeelde dat appellant en Van den E. van 1 maart 2004 tot en met 30 november 2004 een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij appellant op het adres van Van den E. stond ingeschreven, een kamer huurde en zorg droeg voor elkaar. De terugvordering was gebaseerd op artikel 59, tweede lid, van de WWB.
Echter, het College had het bezwaar van appellant tegen de terugvordering onterecht onbesproken gelaten, waardoor het besluit van 8 september 2005 ondeugdelijk was gemotiveerd. De Raad vernietigde dit besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.