ECLI:NL:CRVB:2007:BA1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1991 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 1 maart 1992 een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene, zonder dit te melden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €81.179,33.
De Raad oordeelt dat sprake is van gezamenlijke huisvesting en wederzijdse verzorging, gebaseerd op verklaringen van appellante en betrokkene, getuigenverklaringen, en gegevens van nutsbedrijven. De door appellante aangevoerde bezwaren, waaronder een eerder onderzoek in 1999, zijn onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Het College heeft daarmee de inlichtingenverplichting geschonden en was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.