ECLI:NL:CRVB:2007:BA1443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering en schending motiveringsbeginsel door UWV
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit en productiemedewerker, viel in 1991 uit wegens ziekte en ontving ziekengeld en later WAO-uitkering. Het UWV heropende de WAO-uitkering per 1 juli 1997 nadat appellant medewerking verleende aan een medisch onderzoek. Appellant betwistte dat hij tussen 1992 en 1997 medewerking had geweigerd en stelde psychische problemen als reden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV niet voldoende heeft gemotiveerd of en vanaf wanneer appellant zijn medewerking heeft geweigerd, zoals vereist op grond van artikel 29 WAO Pro en het motiveringsbeginsel uit artikel 7:12 Awb Pro. Het UWV heeft nagelaten te onderzoeken of de bevoegdheid om arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking te laten ook voor de periode vóór juli 1997 terecht werd toegepast.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.