ECLI:NL:CRVB:2007:BA0921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Toekenning toeslag met terugwerkende kracht wegens bijzonder geval
Appellante ontving sinds 1 januari 1996 een WAO-uitkering en verzocht meerdere malen bij het USZO om een toeslag vanwege financiële problemen. Ondanks haar herhaalde verzoeken werd zij van het kastje naar de muur gestuurd en ontving zij geen aanvraagformulier van het UWV, wat een tekortkoming is toe te rekenen aan het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen sprake was van een bijzonder geval.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante voldoende pogingen heeft gedaan om de toeslag aan te vragen en dat haar situatie, gekenmerkt door ontslag, echtscheiding en ziekte, als een bijzonder geval moet worden beschouwd. Hierdoor moet de toeslag met terugwerkende kracht worden toegekend vanaf een datum niet later dan 28 januari 1996.
De Raad vernietigt het besluit van 28 mei 2004 en de aangevallen uitspraak en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 28 mei 2004 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij de toeslag met terugwerkende kracht wordt toegekend.