ECLI:NL:CRVB:2007:BA0167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. De gemeente vermoedde echter dat zij samenwoonde met [B.], die ook bijstand ontving. Na onderzoek, waaronder een onaangekondigd huisbezoek, concludeerde het College dat appellante en [B.] een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 1 oktober 2001 zonder dit te melden.
Het College herzag de bijstand naar de norm voor gehuwden en vorderde het te veel betaalde bedrag van €19.778,36 terug. De rechtbank vernietigde het bezwaar van appellante wegens een onjuiste bevoegdheidsgrondslag, maar liet de rechtsgevolgen intact. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellante en [B.] hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg droegen voor elkaar, wat een gezamenlijke huishouding vormt volgens de WWB. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden. Het College handelde binnen haar bevoegdheid en beleid door terugvordering toe te passen. Er waren geen gronden om van terugvordering af te zien.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.