ECLI:NL:CRVB:2007:BA0124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogen
Appellante ontving sinds 1992 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Naar aanleiding van een signaal dat zij werkzaamheden verrichtte en over vermogen beschikte in België, startte de gemeente Oosterhout een onderzoek. Dit onderzoek, inclusief verhoren en dossieronderzoek, leidde tot de conclusie dat appellante vanaf 1 juli 1997 over vermogen beschikte dat het vrij te laten bedrag overschreed en dit niet had gemeld.
Het College besloot daarop de bijstand met ingang van 1 juli 1997 in te trekken en de onterecht ontvangen bijstand terug te vorderen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat het College een nieuwe procedure moest starten.
De Raad oordeelde dat de rechtbank bevoegd was de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, omdat het besluit inhoudelijk juist was ondanks het formele gebrek. Appellante bracht geen inhoudelijke grieven tegen het oordeel over de materiële kant van de zaak naar voren. Nieuwe ontwikkelingen werden niet nader toegelicht, zodat aanhouding werd afgewezen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.