ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten en bankrekeningen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd na onderzoek door de sociale recherche geconfronteerd met een herzieningsbesluit van het College wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid en het bezit van meerdere bankrekeningen in de periode van 20 april 2001 tot en met 31 december 2003. Het College vorderde een bedrag van €12.547,52 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door zijn werkzaamheden als krantenbezorger en meerdere bankrekeningen niet te melden, wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden. De verklaringen van de bijstandsconsulent ondersteunden dit oordeel. Het College voerde een beleid waarbij herziening en terugvordering standaard plaatsvinden, tenzij er dringende redenen zijn om daarvan af te zien.
De Raad oordeelde dat het College binnen redelijke beleidsgrenzen bleef en dat appellant geen dringende redenen had aangevoerd die herziening of terugvordering konden voorkomen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.