ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9221

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-718 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)Schattingsbesluit van 31 januari 1996, Stb. 75
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onjuiste motivering arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 6 februari 2003, waarin een WAZ-uitkering werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou bedragen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad oordeelde dat het UWV het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name op de arbeidskundige kant. Het UWV had zich beperkt tot een deeltakenanalyse en had nagelaten functies te duiden, hetgeen in strijd is met eerdere jurisprudentie. Daarnaast had het UWV onvoldoende rekening gehouden met een audiologisch rapport waarin werd gesteld dat appellant niet meer dan 40 uur per week kan werken.

De Raad vernietigde zowel het bestreden besluit als de aangevallen uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.

Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

05/718 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 januari 2005, 04/745 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2007. Appellant is in persoon verschenen en het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.W.L. Clemens.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 8 maart 2004 (bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 februari 2003, waarbij aan appellant een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) is geweigerd om reden dat de mate van arbeidsongeschiktheid per 2 juli 2002 minder dan 25% bedroeg.
Het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Ter zitting van de Raad heeft het Uwv medegedeeld wat de arbeidskundige kant van de zaak betreft het bestreden besluit een dusdanig ernstig gebrek vertoont dat aan vernietiging daarvan niet zal zijn te ontkomen. Het Uwv heeft namelijk, door te volstaan met het maken van een deeltakenanalyse, ten onrechte geen functies geduid. Het besluit is dus in strijd met hetgeen in de uitspraak van de Raad van 26 maart 1999 (LJN: ZB8222) is geoordeeld. De Raad heeft in deze uitspraak overwogen dat onder de werking van het sedert 1 augustus 1993 geldende wettelijke arbeidsongeschiktheidscriterium en de in het Schattingsbesluit (van 31 januari 1996, Stb. 75) neergelegde regels, in eigen bedrijf doorwerkende zelfstandigen in beginsel geschat dienen te worden op basis van functies in loondienst. Om deze reden dient het bestreden besluit, ook naar het oordeel van de Raad, te worden vernietigd.
Wat betreft de medische kant van de schatting overweegt de Raad dat de audioloog dr. J.N. van Dijkhuizen in haar rapportage van 7 juli 2004 heeft geschreven dat appellant een slechthorende man is met een groot asymmetrisch gehoorverlies die zich niet meer kan handhaven in zijn huidige werksituatie. Indien rekening gehouden wordt met de (in de rapportage beschreven) aanbevelingen, is het mogelijk dat appellant voor het arbeidsproces behouden blijft, aldus voorts deze audioloog, die hieraan heeft toegevoegd dat er hierbij dan wel van moet worden uitgegaan dat een 40-urige werkweek de norm is en niet een 68-urige.
De Raad is van oordeel dat het Uwv de conclusie van deze rapportage onvoldoende in zijn besluitvorming heeft betrokken. Dat Van Dijkhuizen ongeveer twee jaar na de datum in geding heeft gerapporteerd, doet daaraan niet af. De Raad overweegt hiertoe dat appellant op de datum van uitval ook al oorklachten claimde. Voorts zijn in genoemde rapportage aanwijzingen te vinden dat appellant niet in staat is meer dan 40 uur per week te werken, zodat het Uwv had moeten bekijken of en had moeten motiveren dat, en zo nee waarom niet, er een urenbeperking aan de orde was. Anders dan de rechtbank is de Raad derhalve van oordeel dat het bestreden besluit een voldoende motivering ontbeert.
Nu zowel de medische als de arbeidskundige kant van de zaak een juiste motivering ontbeert, dient zowel de aangevallen uitspraak als het bestreden besluit te worden vernietigd. Het Uwv zal een nieuwe beslissing op bezwaar dienen te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
Voor een vergoeding van proceskosten zijn geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep tegen het bestreden besluit alsnog gegrond en vernietigt dit besluit;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar moet nemen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellant in beroep in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 37,- + € 102,-, in totaal € 139,- , aan hem moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2007.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) P.H. Broier.
JL