ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering recht op bijstand wegens onduidelijkheid woon- en leefsituatie en schending inlichtingenverplichting
Betrokkene diende op 19 januari 2004 een aanvraag om bijstand in op grond van de WWB. Naar aanleiding hiervan werd onderzoek gedaan naar haar verblijfstatus en woon- en leefsituatie, waaronder een huisbezoek op 21 juli 2004. Betrokkene was niet aanwezig bij een afspraak voor nadere toelichting op 22 juli 2004, wat mogelijk een misverstand was. De aanvraag werd op 22 juli 2004 afgewezen wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel en onduidelijkheid over haar woon- en leefsituatie.
Tijdens de bezwaarfase ontstond onduidelijkheid over haar leefsituatie, mede doordat zij zich aanvankelijk als alleenstaande presenteerde, maar later verklaarde al drie jaar samen te wonen met een medebewoner. De Raad oordeelde dat appellant terecht deze onduidelijkheid in zijn beoordeling betrok. Betrokkene heeft tijdens de bezwaarfase onvoldoende duidelijkheid verschaft over haar situatie.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van 22 juli 2004 gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat appellant nader onderzoek had moeten doen. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond, omdat de schending van de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor weigering van bijstand wanneer het recht niet kan worden vastgesteld. Het besluit van 31 juli 2006 komt hiermee te vervallen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over de woon- en leefsituatie en schending van de inlichtingenverplichting.