ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf december 2002 een bijstandsuitkering. Het College stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand nadat een signaal binnenkwam dat appellant schoonmaakproducten vanuit huis verkocht. Het onderzoek leidde tot een besluit van het College om de bijstand per 1 januari 2004 te beëindigen, omdat appellant niet had gemeld dat hij sinds mei 2002 directeur was van een B.V. en onvoldoende informatie had verstrekt over het bedrijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College onvoldoende feitelijke grondslag heeft voor het standpunt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat daardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Hoewel appellant niet heeft gemeld dat hij directeur was, is niet gebleken dat hij inkomsten heeft verworven of activiteiten heeft verricht die het recht op bijstand uitsluiten.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstand wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.