ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting niet gegrond verklaard
Appellanten ontvingen naast een WW-uitkering ook bijstand volgens de WWB. Het Dagelijks Bestuur trok de bijstandsuitkering met ingang van 1 januari 2004 in vanwege het niet melden van inkomsten uit WW- en WAO-uitkeringen, wat werd gezien als schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelt dat het recht op bijstand wel degelijk kan worden vastgesteld, aangezien bekend was dat appellante recht had op een WW-uitkering en later een WAO-uitkering met terugwerkende kracht. Het niet exact weten van de hoogte van deze uitkeringen op het moment van het invullen van rechtmatigheidsformulieren rechtvaardigt geen intrekking.
De Raad vernietigt het besluit van 30 augustus 2004 wegens ondeugdelijke motivering en bepaalt dat het Dagelijks Bestuur over februari 2004 een nieuw besluit moet nemen. Voor januari en maart 2004 blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering over februari 2004 wordt vernietigd en het Dagelijks Bestuur moet een nieuw besluit nemen.