ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden met autisme en detentie
Appellant was tijdelijk aangesteld als medewerker groenbeheer en moest zich verbeteren na een functioneringsgesprek. Na een detentie wegens aanhouding werd zijn tijdelijke contract niet verlengd en werd hem een WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbaar werkloos worden.
Appellant voerde aan dat zijn autisme zijn functioneren beïnvloedde en dat hij door detentie niet kon aantonen dat hij zich kon verbeteren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende aandacht had besteed aan de autisme en niet had onderzocht of het verwijtbaar was dat appellant geen passende arbeid behield.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV het bezwaar opnieuw moet beoordelen met inachtneming van de bijzondere omstandigheden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het meenemen van bijzondere omstandigheden zoals autisme en detentie bij de beoordeling van verwijtbaarheid in het kader van de WW.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende volledige weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet het bezwaar opnieuw beoordelen met inachtneming van autisme en detentie van appellant.