ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering bij aangepaste werkzaamheden en arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 80 tot 100%, verrichtte aangepaste werkzaamheden bij zijn werkgever. Na het beëindigen van deze werkzaamheden vroeg appellant een WW-uitkering aan. Het UWV kende deze toe met ingang van 1 oktober 2004, maar trok deze later in met ingang van 11 juni 2004 op grond van artikel 19 WW Pro, omdat de dienstbetrekking niet als een andere dienstbetrekking werd gezien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV de bezwaarprocedure niet heeft misbruikt om de positie van appellant te verslechteren. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de aangepaste werkzaamheden onderdeel waren van reïntegratie en geen nieuwe dienstbetrekking vormden.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2006.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat de aangepaste werkzaamheden geen andere dienstbetrekking vormen.