ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis bij cyclisch arbeidspatroon
Appellant diende op 21 juli 2003 een aanvraag in voor een WW-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering op 7 januari 2004 omdat appellant in de 39 weken voorafgaand aan zijn werkloosheid niet in ten minste 26 weken had gewerkt, wat de wekeneis is volgens de Werkloosheidswet (WW).
Appellant werkte in een cyclisch arbeidspatroon bij een hogeschool, waarbij hij tussen 1998 en 2003 verschillende periodes van werken en niet-werken had. Het Uwv paste de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken toe en concludeerde dat appellant slechts 24 weken had gewerkt in de relevante periode, waardoor hij niet voldeed aan de wekeneis.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het Uwv terecht had vastgesteld dat de eerste werkloosheidsdag op 13 oktober 2003 lag en dat de wekeneis niet was gehaald. Appellant stelde in hoger beroep dat de berekening onjuist was omdat de laatste werkdag en eerste werkloosheidsdag niet consequent waren toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv en de rechtbank de Regeling correct hadden toegepast en dat de berekening van het arbeidsurenverlies en de wekeneis juist was. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de weigering van de WW-uitkering. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellant niet voldoet aan de wekeneis.