ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstand op grond van WWB
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was onderworpen aan arbeidsverplichtingen, waaronder het meewerken aan interventiegesprekken bij Argonaut. Het College verleende hem tijdelijk ontheffing van deze verplichtingen, maar weigerde ontheffing voor onbepaalde tijd.
Appellant stelde dat ontheffing voor telkens een bepaalde periode leidde tot verergering van zijn medische en psychische problematiek en dat ontheffing voor onbepaalde tijd passend zou zijn. De Raad oordeelde echter dat het College periodiek moet beoordelen of voortzetting van ontheffing noodzakelijk is, en dat een permanente ontheffing in strijd zou zijn met de wet.
Verder verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel betreffende de verplichting tot meewerken aan interventiegesprekken, omdat deze gesprekken niet hebben plaatsgevonden en appellant geen belang meer had bij die beoordeling.
De Raad bevestigde de overige onderdelen van de aangevallen uitspraak en zag geen grond om het College te veroordelen in proceskosten. De beslissing onderstreept het belang van periodieke herbeoordeling van arbeidsverplichtingen binnen de bijstand.
Deze uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.