ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontslag trambestuurder wegens roken in dienstkleding
Betrokkene, werkzaam als trambestuurder bij het GVB, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim omdat hij op 19 november 2003 voorafgaand aan zijn dienst in dienstkleding in de tram zou hebben gerookt. De werkgever legde een voorwaardelijk strafontslag op, dat na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende feitelijke onderbouwing en het ontbreken van direct aanspreken van betrokkene, waardoor bewijspositie werd geschaad. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat de verklaring van de leidinggevende, hoewel niet in strijd met de waarheid, onvoldoende doorslaggevend is vanwege het ontbreken van directe confrontatie en het late horen van getuigen.
De Raad benadrukt dat in het ambtenarentuchtrecht niet de strikte bewijsregels van het strafrecht gelden, maar dat overtuiging op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens noodzakelijk is. Het niet direct aanspreken van betrokkene en het vertraagd horen van getuigen zijn procedurele tekortkomingen die het bewijs ondermijnen.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en bevestigt de vernietiging van het ontslagbesluit. Hiermee wordt het ontslag gehandhaafd als onrechtmatig verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van de trambestuurder wegens roken in dienstkleding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en procedurele tekortkomingen.