ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande en werd onderzocht nadat bekend werd dat hij als standhouder op de Zwarte Beurs werkte. Uit het onderzoek bleek dat appellant geen melding had gemaakt van zijn werkzaamheden, het bezit van een auto en zijn werkelijke woonsituatie. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de ontvangen bedragen terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelt dat appellant inderdaad de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. De opgelegde boete was echter te hoog in verhouding tot de ernst van de gedraging en de bepalingen van de Afstemmingsverordening. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot boeteoplegging en legt een lagere boete van €1.100 op.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak bevestigt het belang van correcte informatieverstrekking bij sociale zekerheidsuitkeringen en de proportionele toepassing van sancties.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt verlaagd naar €1.100 en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.