ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en herziening WAZ-uitkering met toepassing nieuw CBBS
Appellant, voormalig directeur van een werving- en selectiebureau, was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAZ-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd, wat appellant betwistte met verwijzing naar psychische en vermoeidheidsklachten gerelateerd aan coeliakie.
De Raad onderzocht het aangevoerde expertiserapport en concludeerde dat er geen objectief medisch bewijs was voor een direct verband tussen deze klachten en de ziekte. Tevens werd vastgesteld dat met deze klachten reeds rekening was gehouden in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV paste het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) aan, waardoor de arbeidsmogelijkheden van appellant opnieuw werden beoordeeld en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het aangepaste CBBS voldoende inzichtelijkheid en toetsbaarheid biedt en dat de functies die appellant nog kan verrichten passend zijn bij zijn beperkingen. Het beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. De Raad wees tevens de vordering tot vergoeding van proceskosten toe aan appellant.
De redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM werd niet overschreden, aangezien de procedure minder dan vier jaar duurde. Hiermee bevestigde de Raad het besluit van het UWV en verwierp het hoger beroep van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard.