ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door ontslagname
Appellant heeft per 1 april 2002 ontslag genomen bij zijn werkgever en daarna een WW-uitkering aangevraagd. Het UWV weigerde de uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zelf ontslag had genomen terwijl voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van hem kon worden gevergd. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelt appellant dat hij ontslag nam vanwege reorganisaties en angst voor terugkeer van psychische klachten. De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de beweegredenen van appellant voor zijn ontslag, terwijl dit op grond van de Algemene wet bestuursrecht vereist is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen waarbij de medische en organisatorische omstandigheden van appellant worden betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen na nader onderzoek.