ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluiten UWV over WAO- en ZW-uitkeringen appellante
Appellante, die arbeidsongeschikt is verklaard en een WAO-uitkering ontvangt, maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld en haar ziekengeld werd stopgezet.
De medische en arbeidskundige beoordelingen van haar beperkingen werden door het UWV vastgesteld, maar appellante betwistte deze, onder meer met een brief van haar behandelend psychiater. De rechtbanken verklaarden de beroepen grotendeels ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat sommige besluiten onvoldoende gemotiveerd waren en dat de medische grondslag voor het stopzetten van het ziekengeld ontoereikend was.
De Raad stelde vast dat de brief van het UWV over het beëindigen van het ziekengeld wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, en dat het UWV ten onrechte bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De Raad vernietigde meerdere uitspraken en besluiten en beval het UWV nieuwe besluiten op bezwaar te nemen, waarbij tevens proceskosten werden toegewezen aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt meerdere besluiten van het UWV en beveelt het nemen van nieuwe besluiten op bezwaar.