ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hernieuwde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, arbeidsongeschikt geworden na een ongeval in 2002, diende een hernieuwde aanvraag voor een WAO-uitkering in nadat zijn eerdere aanvraag per 29 september 2003 was afgewezen. De Raad oordeelde dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het eerdere besluit van 4 maart 2004, maar in plaats daarvan een verzoek tot terugkomen van dat besluit had ingediend.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat het eerdere afwijzende besluit wordt herzien. De medische informatie die appellant overlegde, waaronder brieven van zijn psychiater en een neuropsychologisch rapport, bevatte geen wezenlijk nieuwe gegevens ten opzichte van de eerdere beoordeling door de verzekeringsarts in 2003.
De Raad concludeerde dat het UWV bevoegd was de aanvraag af te wijzen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De hernieuwde aanvraag voor een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.