ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbeslissing ondanks betwisting beperkingen
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen zwaarder zijn dan vastgesteld door de UWV-verzekeringsarts en dat hiermee onvoldoende rekening is gehouden bij de beoordeling van haar WAO-uitkering. De Raad nam de feiten en omstandigheden zoals vastgesteld door de rechtbank Maastricht over en concludeerde dat appellante geen nieuwe of aanvullende medische stukken of argumenten had ingebracht die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), waarin de beperkingen en mogelijkheden van appellante zijn opgenomen, werd door de Raad als juist beoordeeld. Appellante werd beperkt geacht in diverse fysieke activiteiten zoals huidcontact, stof, rook, gassen en dampen, het hanteren van zware lasten en diverse houdingen en bewegingen. De functies die appellante werd aangeboden overschreden haar belastbaarheid niet.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 november 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.