ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen onderwijsvergoeding
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de IB-Groep waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een tegemoetkoming voor de periode februari tot en met juli 1997 omdat hij geen onderwijs volgde. Dit bezwaar werd door de IB-Groep niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 18 maart 2004. Appellant stelde vervolgens beroep in tegen dit niet-ontvankelijkheidsbesluit.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt het bestreden besluit niet te hebben ontvangen. De rechtbank vond de ontkenning van ontvangst niet geloofwaardig. Appellant stelde zich in hoger beroep op overmacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellant driemaal op de hoogte was gesteld van het besluit: door toezending van het besluit zelf, door toezending van een kopie in een lopende procedure en door een brief waarin werd gewezen op de beroepsmogelijkheid. De Raad achtte het niet geloofwaardig dat appellant het besluit niet had ontvangen en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aannemelijk maken van het niet ontvangen van het bestreden besluit.