ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak
Appellante diende bezwaar in tegen een besluit van de IB-Groep waarin een vordering wegens meerinkomen en een OV-boete werden vastgesteld. Zij reageerde niet op een verzoek om een bewijsstuk van haar sofi-nummer, waarna de IB-Groep het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat de termijnoverschrijding aan appellante te wijten was en dat het verzuim niet verschoonbaar was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar niet verweten kon worden dat zij te laat bezwaar maakte.
De Centrale Raad van Beroep deelt deze mening niet en onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig. Er zijn geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.