ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering na herbeoordeling belastbaarheid brugwachter
Appellant, die sinds een motorongeval in 1975 beperkingen heeft, was sinds 1987 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 1996 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%. In 1999 werd hij als brugwachter geplaatst, maar meldde zich in 2002 ziek met rug- en beenklachten. Een verzekeringsarts concludeerde in 2003 dat zijn belastbaarheid gelijk was aan die van vóór zijn uitval, waarna het UWV een Ziektewetuitkering weigerde.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat de beoordeling onjuist was, met name over de duur van het staan en de omvang van de werkweek. Diverse rapporten, waaronder die van een revalidatie-arts en een bezwaararbeidsdeskundige, bevestigden echter dat de functie van brugwachter overwegend zittend is en dat de belastbaarheid van appellant toereikend was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige zorgvuldig en goed gemotiveerd was en dat er onvoldoende bewijs was om van dit oordeel af te wijken. De Raad bevestigde daarom de weigering van de Ziektewetuitkering met ingang van 1 mei 2003.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering vanaf 1 mei 2003 wegens voldoende belastbaarheid.