ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 1993 een WAO-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid die in 1986 zou zijn ingetreden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze aanvraag geweigerd, en deze weigering is in bezwaar, beroep en hoger beroep steeds bevestigd.
In 2001 verzocht appellant opnieuw om herziening van de beslissing, waarbij hij medische verklaringen van psychiaters en een zenuwarts overlegde. Dit verzoek werd afgewezen omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte alleen de verklaringen van de psychiater In 't Veld en de zenuwarts De Kok had meegewogen en dat verklaringen van drie andere psychiaters als nieuwe feiten moesten worden beschouwd. De Raad oordeelde dat nieuwe feiten bij een hernieuwde aanvraag moeten worden vermeld en dat de verklaringen die pas in beroep en hoger beroep werden ingebracht, niet in de beoordeling konden worden betrokken.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten.