ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende transparantie en motivering
Appellant viel uit wegens rug- en psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geschat. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze weigering deels gegrond, maar in hoger beroep werd het bestreden besluit opnieuw bevestigd. De Raad oordeelt dat de gebruikte schatting met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) niet voldoet aan de vereisten van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid.
De Raad stelt vast dat het CBBS onvolkomenheden kent, zoals het niet opnemen van markeringen in geprinte versies en het bestaan van niet-matchende beoordelingspunten, waardoor derden niet eenvoudig kunnen controleren of de schatting terecht is. De motivering van de overschrijdingen van belastbaarheid is onvoldoende toegelicht, met name op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren.
Gezien deze tekortkomingen vernietigt de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover het beroep ongegrond is verklaard, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende transparantie en motivering, met inachtneming van de rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.