ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en medische informatie bij WAO-uitkering
Appellant ontving sinds 1989 een WAO-uitkering wegens knieklachten en meldde zich in 2001 ziek vanwege verslechterde knie- en maagklachten. Het UWV kende een voorschot toe op basis van een verhoogde arbeidsongeschiktheid, maar handhaafde later het oude percentage na medische en arbeidskundige beoordelingen. Appellant maakte bezwaar tegen het terugvorderen van een voorschot en tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelde het bezwaar deels gegrond en verhoogde het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 45-55%. De Raad bevestigt deze vaststelling en onderschrijft de waarde van de arbeidskundige rapportages, terwijl de door appellant ingebrachte medische rapportages van mevrouw Verhage vanwege het gebruik van niet-reguliere onderzoeksmethoden onvoldoende gewicht kregen.
Verder oordeelt de Raad dat het UWV niet onzorgvuldig handelde door geen aanvullende medische informatie op te vragen bij de behandelend artsen, aangezien de beschikbare medische gegevens en onderzoeken voldoende waren voor de beoordeling. Het verzoek tot schadevergoeding wegens trage besluitvorming en vermeende schade door een particuliere ziektewetverzekering werd niet gehonoreerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Alkmaar en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.