ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengelduitkering wegens loondoorbetaling tijdens ziekte niet gegrond
Appellante was sinds 1995 werkzaam als verkoopster en meldde zich op 30 augustus 2002 ziek. Hoewel zij op 10 oktober 2002 haar werk hervatte, viel zij op 14 oktober 2002 opnieuw uit. Zij verzocht het UWV om een ziekengelduitkering in verband met het einde van haar dienstverband per 1 april 2003 voor 16 uren per week.
Het UWV wees de aanvraag af omdat appellante tijdens de ziekte recht had op loondoorbetaling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV de ziekmelding te beperkt had opgevat en dat appellante vanaf 1 april 2003 recht had op een ziekengelduitkering op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder c, van de Ziektewet.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV wordt verplicht een nieuw besluit te nemen waarbij appellante recht heeft op ziekengelduitkering vanaf 1 april 2003.