ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant vroeg op 7 april 2004 bijstand aan volgens de Wet werk en bijstand (WWB). De Sociale Dienst Amsterdam voerde een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waaronder huisbezoeken en verklaringen van familieleden. Op basis hiervan concludeerde het College dat appellant niet woonde op het opgegeven adres en wees de aanvraag af.
Appellant ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat hij wel op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn woonadres, wat een schending van zijn inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro vormt. De verklaringen van de tante en de oom van appellant boden onvoldoende steun voor zijn stelling. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand volgens artikel 11 WWB Pro.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres.