ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoudsbijdrage voor in Marokko verblijvende dochter
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn dochter Salima die in Marokko verblijft. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering vanaf het derde kwartaal van 2001 omdat Salima geen eigen, aangehuwd of pleegkind zou zijn. Na bezwaar stelde de Svb vast dat Salima wel als eigen kind kon worden aangemerkt, maar handhaafde de weigering wegens onvoldoende bewijs van onderhoud.
De rechtbank onderschreef dit standpunt. In hoger beroep overlegde appellant aanvullende bewijsstukken van bankoverboekingen en opnames van een Marokkaanse bankrekening, waarvan een deel aantoonbaar bestemd was voor de verzorger van Salima, de broer van appellant.
De Raad constateerde dat de Svb ten onrechte niet op het bezwaar over het derde kwartaal van 2001 had beslist en dat voor enkele kwartalen voldoende bewijs van onderhoud was geleverd. Voor die kwartalen vernietigde de Raad het besluit en gelastte een nieuwe beslissing. Voor overige kwartalen bleef het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak voor bepaalde kwartalen en gelast een nieuwe beslissing op bezwaar.